Vette gazen zijn gazen die een vette stof bevatten, bijvoorbeeld vaseline, parafine of andere olieachtige stoffen. Hierdoor kleven ze niet aan de wond.
Dit zijn huidbescher- mende verbanden die, wanneer ze in contact komen met wondvocht, een gel vormen. De gel bezit een aantal eigen- schappen die de wond- genezing bevorderen.
Transparante wondfolies zijn doorzichtige, gas en waterdamp doorlatende folies. Zij worden toe- gepast bij donorplaatsen en oppervlakkige brand- wonden. Als er geen tekenen van infectie zijn kan de folie blijven zitten tot de wond genezen is.
Enkele voorbeelden van deze transparante wondfolies zijn:
HET onbetwistte startpunt voor iedereen die iets wil weten over wondzorg.
Een brandwond is een wond die meestal ontstaat door verbranding van de huid door invloed van hitte gedurende een bepaalde tijd en boven een bepaalde kritische temperatuur. Boven deze temperatuur (+/- 42°C) treedt na enige tijd beschadiging van de huid op.
Oorzaken Brandwonden kunnen ontstaan via:
Vuur vlamverbranding, veroorzaakt vaak diepe tweede- en derde graads brandwonden. Steekvlamverbranding, geeft kortdurend een zeer hoge temperatuur en veroorzaakt veelal alleen brandwonden aan onbedekte lichaamsdelen zoals handen en gelaat.
Hete voorwerpen kachels, strijkijzer diep- vriezers. De combinatie van hoge temperatuur, druk en lange explosieduur geeft vaak zeer diepe brandwonden.
Hete vloeistoffen thee, koffie (komt vooral veel voor bij kinderen van 0 tot 4 jaar. De ernst van het letsel hangt af van: de hoeveelheid en temperatuur van de vloeistof, de locatie van de verbranding en de duur van het contact.
Straling bijvoorbeeld zonlicht, zonnebank kan verbranding veroorzaken
Chemische stoffen deze verbranding kan plaatsvinden door vaste stoffen, vloeistoffen.
Electriciteitsverbranding
Gradaties Er wordt onderscheidt gemaakt in de ernst van brandwonden.
• Eerste graads verbranding • Tweede graads verbranding • Derde graads verbanding • Vierde graads verbranding
Eerste graads verbranding Bij een eerstegraads verbranding wordt de huid rood en pijnlijk, maar ontstaan geen blaren. De pijn en de verkleuring zijn in het algemeen binnen 24 uur verdwenen. Het huidweefsel is niet vernietigd en zelfs wanneer er grote delen van het lichaam zijn aangedaan, is er geen gevaar.
Kenmerken: roodheid, geringe oedeem, pijn, geen blaren
Tweedegraads verbranding Bij een tweedegraads verbranding treedt er blaarvorming op; er vormt zich vocht tussen de opperhuid en de lederhuid. Deze blaarvorming is in het algemeen vrij pijnlijk. Wanneer grote oppervlakken verbrand zijn, is de pijn vaak extreem. Belangrijk is dat, hoewel een deel van de huid is vernietigd, er toch nog delen van de opperhuid gaaf zijn gebleven. Hierdoor kan er na loslating van de wondkorstjes uit zichzelf nieuwe huid over de wond groeien
Derdegraads verbranding Bij een derdegraads verbranding wordt de gehele huid vernietigd. Het wondgebied reageert niet meer op gevoelsprikkels en zelfs niet op pijnprikkels.
Kenmerken: dof witgele, roodbruin/zwarte huidgedeelten, geen pijn (zenuwen in de huid zijn aangetast. Je kunt dan de pijn niet meer voelen). Geen blaren of verkleefd met de wond.
Vierdegraads verbranding Soms wordt de term verkoling gebruikt. Hierbij is de verbranding zo diep dat zelfs structuren onder de huid, zoals bot en spierweefsel, vernietigd zijn. Het uitzicht van de huid is meestal verkoold, gekookt (bleek) of rauw. Deze situatie is zeer ernstig en herstel kan enkel via een chirurgische ingreep.
Wondbehandeling en wondgenezing Een open wond is een ideale voedingsbron voor bacteriën die vroeg of laat elke brandwond binnendringen. Infectie van de wond kan tot gevolg hebben dat bacteriën via de bloeds- omloop in de organen van het lichaam terechtkomen. Dit is een van de gevaarlijkste complicaties die een patiënt met brandwonden bedreigen. Dit gevaar blijft in het algemeen bestaan tot de wond zich spontaan sluit of door stukjes gezonde huid wordt gesloten. Daarom is de behandeling van brandwonden gericht op het sluiten van het wondoppervlak en het tot staan brengen of remmen van infecties
Verbandmiddelen De keuze voor het gebruiken van een bepaald verbandmiddel is afhankelijk van de diepte van de brandwond.
•
Eerstegraads: Vette gazen
•
Tweedegraads oppervlakkig: Vette gazen, hydrocolloïden, anti- bacteriële zalf, biologische verbanden en transparante wondfolies
•
Tweedegraads diep: Anti-bacteriële zalf en vette gazen
•
Derdegraads: Anti-bacteriële zalf tot huidtransplantatie
•
Vierdegraads: Anti-bacteriële zalf, huidtransplantatie tot het wegsnijden van spierweefsel of amputatie van het beschadigde bot
Meer info over de behandeling Meer informatie over de behandeling van brand- wonden kunt u vinden in het brandwondenprotocol
De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam. Bij de volwassene is het oppervlak 1.5 - 2.0 m2. Het gewicht van de huid, inclusief het onder- huids bindweefsel is 15-20 kg. De huid beschermt tegen allerlei invloeden van buitenaf.
Ze bestaat uit drie delen. Het bovenste (=buitenste) gedeelte wordt gevormd door de opperhuid: de epidermis. Daaronder ligt de lederhuid: het corium of de dermis. Deze lagen vormen de huid in engere zin. Het onderste gedeelte is het onderhuidse bind- weefsel: de zogenaamde subcutis
De epidermis (opperhuid) is de buitenste huidlaag. Het is het deel dat u kunt aanraken, voelen en zien. Deze laag is ongeveer maar zo dik als een dun vel papier, maar geeft uw huid wel al zijn afschermende eigenschappen en helpt zonlicht, ziektekiemen, bacteriën, warmte en kou tegen te houden.
De buitenste laag van de epidermis wordt de hoornlaag (latijn: stratum corneum) genoemd. De hoornlaag is opgebouwd uit ongeveer 20 lagen platte cellen.
Dermis, ook wel de lederhuid genoemd ligt onder de opperhuid en iets dikker dan de opperhuid.
De dikte van de lederhuid bedraagt ongeveer 1 tot 3 mm.
In de lederhuid vinden wij bloedvaten (voedsel- en zuurstofvoorziening), lymfevaten (afvoer van afvalstoffen), en zenuwen) voor de tast, warmte, kou etc, pijngeleiding, tempe- ratuurgevoel).
Split Skin Graft Bij Split Skin Graft wordt er een huidlapje over een niet-helende wond geplaatst. Het huidlapje wordt meestal verwijderd van het bovenbeen door middel van een schaaf. Dit wordt dan op de open wond geplaatst en vastgeniet.
Full thickness graft(FTG) is een huidlap met de volledige huiddikte en bevat haarzakjes, zweet- klieren, talgklieren en zenuwcellen. De dikte hangt af van de plaats, zo is de huid van de rug veel dikker dan de huid van de bovenoogleden
Bij een ernstige verbranding kunnen slachtoffers in een shock raken. De shock ontstaat doordat de huid en bloedvaten door de verbranding geen vocht en eiwit meer vasthouden.
Het hart kan dan niet genoeg bloed door het lichaam pompen om alle organen zuurstof te geven. De arts vult het vocht met infusen weer aan.