Heeft u een interessante
link, stuur een mail
Leptospermum Scoparium Bush
Bij wondverzorging wordt geprobeerd een optimale toestand te verkrijgen, waardoor een wond zo spoedig mogelijk geneest. Een wond van de huid wordt gedefinieerd als een onderbreking in de epitheellaag van de huid.
De verwonding kan ook dieper gaan, tot in
de dermis, het onderhuidse vetweefsel, fascie, spierweefsel en zelfs tot op het bot.
Huid
Normale wondgenezing is een complex en dynamisch maar uiterst goed georganiseerd proces van gebeurtenissen die leiden tot het herstel van de beschadigde huid. Een volkomen genezen wond, meestal na een eenvoudige verwonding, wordt gedefineerd als huid die in een redelijk tijdsbestek haar normale anato- mische structuur, functie en aanzien terug heeft.
Normale wondgenezing wordt ook wel gedefinieerd als huid die na verwonding weer geheel gesloten is zonder de hulp van drainage of wondverbandmiddelen.
In tegenstelling tot dit type wonden zijn er ook wonden die niet binnen een redelijk tijdsbestek en op een geordende manier genezen en die zich ontwikkelen tot chronische, niet-genezende wonden (een wond is chronisch als deze langer dan twee weken bestaat). Ondanks de verge- vorderde ontwikkeling van de moleculaire biologie en de mogelijkheid om weefsel huidsubstituten en groeifactoren te construeren, naast een verscheidenheid aan andere therapeutische opties, blijven chronische wonden een belangrijk probleem in onze samenleving.
Chronische wonden ontstaan door verschillende oorzaken:
Door een slechte doorbloeding
o.a. door veneuze insufficiëntie (ader problemen) arteriële insufficiëntie, lymphoedeem
Diabetes
Door een ontstekingsproces ter plaatsen
Steriel: vasculitus (ontsteking van de wanden van bloedvaten)
Niet steriel: infectie met bacteriën of ander micro-organismen
Daarnaast komen een groot aantal chronische of niet-helende wonden vaker voor bij oudere mensen. Daarom dient men inzicht te hebben in de invloed van de leeftijd op het genezings- proces en dient men hiermee rekening te houden bij de behandeling van ouderen.
Infectie
Patiënten met chronische wonden hebben vaker, en in een ergere mate, geinfecteerde wonden dan diegenen met met acute wonden. Kenmerken als roodheid van de omgeving cellulitis, zwelling, pijn en stank treden dan ook vaak op. Of er tekenen van infectie ontstaan, is afhankelijk van het aantal bacterien, de virulentie en de weerstand van de patiënt. Wonden worden meestal geinfecteerd door Pseudomonas Aeruginosa, staphyllococcus Aurees, streptococcen of Enterococcen.
Wondbehandeling
Al vele jaren is er discussie over wat de juiste wondbehandeling is. Er zijn geen eenduidige richtlijnen voor de behandeling van bijvoorbeeld decubitus of ulcus cruris. Zowel binnen als buiten Nederland is er een grote diversiteit aan behandelingen, zoals de droge wondbehandeling en de vochtige wondbehandeling. Beide zijn heden ten dage nog steeds in gebruik. Voor de beoordeling van de effectiviteit is het echter wenselijk dat er slechts een principe word gehanteerd, want dat maakt het voor verpleeg- kundigen, verzorgenden en artsen eenvoudiger om tot een behandelingsprotocol te komen.
Verbandmaterialen
Wondverbanden worden gebruikt voor het afdekken van wonden en huidaandoeningen.
De belangrijkste functie van wondverbanden is dus een optimale omgeving creëren voor de wondgenezing. Verbanden zijn ontworpen voor specifieke wondtypes en voor specifieke genezingsstadia: er bestaat niet zoiets als een "universeel verband". Zie hiernaast welke soorten wondverbanden er bestaan.
Keuzebepaling voor verbandmaterialen is dan ook afhankelijk van:
• de wondkleur (zwart, geel, rood);
• is er wel of geen sprake van infectie;
• hoeveel exsudaat (wondvocht) is er aanwezig;
• is de wond oppervlakkig of diep;
• wondranden/wondomgeving;
• geur;
etc.
Gazen en kompressen (secundair verband)
We onderscheiden katoenen (woven) en viscose (non-woven) gazen. Kompressen zijn eigenlijk de dikkere gazen, maar vaak worden de woorden door elkaar gebruikt. Er zijn veel toepassings- gebieden voor gazen en kompressen. Je kunt ze gebruiken om wonden mee schoon te maken, op te vullen of te bedekken.
Verpleegkundig specialist
In 2005 wilde de overheid een verandering ten aanzien van de positie van de verpleegkundige.
In principe wilde men af van allerlei deelfuncties. Dit werd duidelijk door het VBOC rapport, dat in 2006 verscheen. Hierin werd namelijk alleen gesproken over verpleegkundigen en verpleeg- kundig specialisten. Intussen is dit beginsel door de overheid overgenomen en is er een erkende beroepstitel ontstaan “verpleegkundig specialist”. Deze verpleegkundig specialist geeft zelfstandig vorm aan het zorgproces en gaat een zelfstandige behandelrelatie aan, binnen het eigen deskundigheidsgebied. Dit betekent dat zij/hij beslist over de uit te voeren behandeling. De verpleegkundig specialist verwijst waar nodig de patiënt door. Andersom kunnen andere hulp- verleners ook rechtstreeks doorverwijzen naar de verpleegkundig specialist. Waar nodig beschikt de verpleegkundig specialist over de bevoegdheid tot het zelfstandig indiceren en uitvoeren van voorbehouden handelingen. Daarnaast staat hij/zij geregis- treerd in het BIG register als verpleegkundig specialist. Meer info hierover zie hiernaast
Verpleegkundig Specialist
HET onbetwistte startpunt voor iedereen die iets wil weten over wondzorg.
- Hier kan ook uw
banner staan -